Een goede verdichting is bepalend voor de levensduur van uw asfalt
Verdichting is misschien wel de belangrijkste factor voor de kwaliteit van een asfaltverharding. Bij het verdichten verwijderen we de lucht uit het asfaltmengsel. We zetten hiervoor verschillende typen walsen in, elk met hun eigen rol in het proces. De steenkorrels schuiven dichter naar elkaar toe en vormen een stevig skelet. Gebeurt dit onvoldoende, dan blijft er te veel holle ruimte over. Gevolg, scheurvorming, spoorvorming en rafeling op langere termijn. Te veel verdichten is trouwens ook niet goed. Dan kan het steen verbrijzelen en raakt de samenstelling juist weer verstoord.
Temperatuur en wals, twee handen op één buik
Asfalt kan alleen goed verdicht worden binnen een bepaald temperatuurtraject, het verdichtingsvenster. Voor warm asfaltmengsel ligt dat doorgaans tussen zo'n 135°C en 80°C. Boven dat traject is het mengsel nog te beweeglijk, eronder wordt het te stijf om nog te verdichten. Dat venster sluit sneller dan je denkt, zeker bij wind, regen of een koude ondergrond.
De wals is het gereedschap waarmee we in die korte tijd het werk doen. Maar techniek alleen is niet genoeg. Een goede walsmachinist voelt aan hoe het asfalt reageert, past het tempo en het aantal overgangen aan op wat hij ziet en ervaart, en stuurt bij voordat een meting daar aanleiding toe geeft. Dat gevoel bouw je op in jaren ervaring en leer je niet uit een handleiding.

Wat we meten
De holle ruimte in het asfalt is de belangrijkste indicator. Die brengen we in beeld met dichtheidsmetingen direct tijdens het walsen. Dit kan op twee manieren. Met een elektromagnetisch verdichtingsapparaat (vaak een PQI-densiteitsmeter genoemd) die de dichtheid meet via een elektromagnetisch veld dat door het asfalt heen gaat. Of volgens de nucleaire methode, waarbij het apparaat (vaak een Troxler genoemd) werkt met een kleine radioactieve bron die gammastraling uitzendt in het asfalt.
Achteraf meten we de kwaliteit van het asfalt met boorkernen. Hierbij wordt fysiek een cilindervormig monster uit het verharde asfalt geboord. In het laboratorium wordt de dichtheid daarvan nauwkeurig bepaald, dit geldt als de meest betrouwbare methode. Nadeel, het is destructief (er blijft een gat achter dat gerepareerd moet worden) en je hebt de uitslag pas achteraf, niet tijdens het walsen zelf.
Kort gezegd, de eerste twee methoden geven je snel en niet-destructief inzicht tijdens het proces, boorkernen geven de meest betrouwbare uitslag maar pas achteraf. Bij Buitengewoon combineren we vaak verschillende meetmethodes, zowel tijdens het walsen als achteraf bij oplevering.

De grootste valkuil
Tijd. Het verdichtingsvenster sluit sneller dan je denkt, en elke minuut telt. Wie te laat, te weinig of juist te veel walst binnen het temperatuurvenster, ziet de kwaliteit direct teruglopen. Dat laat zich niet altijd meteen zien. Een asfaltlaag kan er na het walsen strak uitzien en toch te veel holle ruimte bevatten, met scheurvorming en rafeling op de lange termijn als gevolg.
Precies daarom meten we niet pas achteraf, maar sturen we tijdens het walsproces bij, op basis van vakmanschap én meetdata samen. Want een meting vertelt je wat de dichtheid is, niet wat nodig is om er te komen. Die vertaalslag maakt de walsmachinist. Hij ziet hoe het asfalt reageert, voelt de machine en houdt wind, laagdikte en ondergrond in de gaten. Die kennis en ervaring zijn niet te vervangen door een apparaat. De techniek geeft de cijfers, de mensen geven de betekenis daarachter.

Sterk werk. Slim geregeld.
Wij ondersteunen bedrijven, industrie en gemeenten bij het asfalteren, asfalt repareren en het compleet inrichten van buitenterreinen. Van hoogwaardige terreinverharding en duurzame belijning tot volledige GWW-projecten: u werkt met één partner die meedenkt, doorpakt en levert volgens afspraak.
Met een eigen team van vakspecialisten, moderne machines en korte communicatielijnen realiseren wij veilige en functionele buitenterreinen die intensief gebruik moeiteloos aankunnen.